Een extra kabel. Wat kan er misgaan?
“We hebben alleen even een kabel bijgelegd.”
Het is een opmerking die we bij Univor regelmatig horen Tijdens inspecties. Begrijpelijk, want een extra kabel, een nieuwe leiding of een kleine verbouwing lijkt een beperkte aanpassing. Toch kan zo’n ingreep gevolgen hebben voor de brandveiligheid van een gebouw.
Die gevolgen zijn vaak niet direct zichtbaar. De installatie werkt, de ruimte ziet er netjes uit en iedereen gaat verder. Maar wat is er gebeurd met de brandwerende wand waar die nieuwe kabel doorheen loopt?
Kleine aanpassingen verdienen aandacht
Brandveiligheid vraagt ook na de oplevering van een gebouw om aandacht. Tijdens het dagelijks gebruik verandert er immers van alles. Er komt extra databekabeling, een kantoor krijgt een andere indeling of technische installaties worden uitgebreid.
Wanneer daarbij een brandwerende wand of vloer wordt doorbroken, moet ook de doorvoering passend worden afgewerkt. Anders kan de brandwerende functie van die scheiding worden aangetast.
Eén wijziging is vaak nog te overzien. Na jaren van werkzaamheden door verschillende partijen wordt dat lastiger. Welke voorzieningen waren oorspronkelijk aanwezig? Wat is er aangepast? En is de brandwerende afwerking daarna hersteld?
Goed werkende installaties, vergeten afdichtingen
Tijdens een inspectie van een bedrijfspand troffen wij meerdere kabelbundels aan die bij verschillende werkzaamheden door een brandwerende wand waren aangebracht.
De installaties functioneerden goed en de bekabeling was netjes aangelegd. De openingen rondom de kabels waren echter niet brandwerend afgedicht.
Daarmee was de scheiding tussen twee brandcompartimenten doorbroken. Zo’n scheiding is bedoeld om de uitbreiding van brand naar een ander gedeelte van het gebouw gedurende een bepaalde tijd te beperken. Niet-afgedichte openingen kunnen die werking ondermijnen.
Bij normaal gebruik viel het gebrek nauwelijks op. Bij brand had het gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van aanwezigen en de omvang van de schade.
De doorvoeringen zijn vervolgens hersteld. In dit geval bleven de herstelkosten beperkt. Het voorbeeld laat vooral zien waarom het belangrijk is om ook na installatiewerkzaamheden naar de brandwerende afwerking te kijken.

Wie houdt het overzicht?
Een ontbrekende afdichting is een concreet gebrek. Daarachter zit vaak een organisatorisch probleem: niemand heeft meer het volledige overzicht.
Tekeningen zijn niet bijgewerkt, onderhoudspartijen wisselen en verschillende bedrijven voeren werkzaamheden uit. Zonder duidelijke afspraken kan onduidelijk blijven wie verantwoordelijk is voor het herstellen en vastleggen van brandwerende voorzieningen.
Daarom is het verstandig om bij iedere relevante aanpassing drie vragen te stellen:
• Raken de werkzaamheden een brandwerende wand, vloer of bestaande doorvoering?
• Wie beoordeelt en verzorgt de benodigde brandwerende afwerking?
• Hoe leggen we vast wat er is aangepast en uitgevoerd?
Zo blijft brandveiligheid onderdeel van het werk.
Neem brandveiligheid mee vóór de uitvoering
Staat er een verbouwing of installatiewijziging op de planning? Laat vooraf beoordelen welke brandwerende voorzieningen daarbij betrokken zijn. Dan kunnen de benodigde maatregelen direct in de voorbereiding en uitvoering worden meegenomen.
Bij Univor combineren we die beoordeling met praktisch advies en de uitvoering van brandwerende oplossingen. We leggen het uitgevoerde werk vast, zodat u ook na oplevering inzicht houdt in de aangebrachte voorzieningen.
Een gebouw blijft veranderen. Door brandveiligheid bij die veranderingen mee te nemen, voorkomt u dat een kleine aanpassing ongemerkt een tekortkoming wordt.
Want ook één extra kabel verdient een zorgvuldige afwerking.
